De natuur volgt niet strikt onze 4 seizoenen (lente, zomer, herfst, winter), maar werkt in kortere fasen. Deze fenologische kalender telt vaak 8 seizoensfasen. Ze starten niet op een vaste datum, maar wanneer bepaalde planten of dieren signalen geven.
Signaal: sneeuwklokje bloeit, hazelaar loopt uit.
Voor de tuin: bodemtemperatuur komt langzaam omhoog, eerste voorzaai binnen mogelijk.
Signaal: paardenbloemen bloeien massaal, fruitbomen krijgen bloemen.
Voor de tuin: veel groenten kunnen nu direct gezaaid worden in volle grond.
Signaal: vlier begint te bloeien, rozen tonen eerste bloemen.
Voor de tuin: tijd voor hooien, planten groeien snel, veel bestuivers actief.
Signaal: bloei van linde, korenbloem op z’n hoogtepunt.
Voor de tuin: kruiden zijn nu op hun aromatisch hoogtepunt, volop oogsten.
Signaal: vlierbessen rijpen, hazelnoten vallen.
Voor de tuin: veel oogst, tijd om wintergroenten te planten.
Signaal: kastanjes en eikels vallen, paddenstoelen verschijnen.
Voor de tuin: laatste oogst, bedek de grond met mulch of groenbemester.
Signaal: meeste bladeren gevallen, eerste nachtvorst.
Voor de tuin: bescherm gevoelige planten, dek bedden af tegen vorst.
Signaal: planten in rust, vogels zoeken actief voer, soms sneeuw.
Voor de tuin: plan je nieuwe tuinseizoen, onderhoud gereedschap, composteren kan doorgaan.
Ook onkruiden geven signalen: